Hoofdbescherming


CE Wetgeving Gehoorbescherming

Gehoorbeschermingsproducten
Op Europees niveau is met de lawaairichtlijn 86/188/EEG al een strenge regelgeving vastgelegd. Deze richtlijn bepaalt dat de werkgever vanaf 85 dB(a) gehoorbeschermers ter beschikking moet stellen. Bij een dagelijkse blootstelling aan 90 dB(A) of meer moeten deze PBM's verplicht gedragen worden. Bij een continue blootstelling aan 80 dB(A) gedurende de werkdag is het risico op schade aan het gehoor trouwens reëel.
In enkele Europese landen, waaronder Nederland, ligt de wettelijke grens zelfs al op 80 dB(A). Waarbij de werkgever o.m. ook voorlichting over de schadelijke gevolgen van lawaai moet geven. In België ligt dit conform de richtlijn op 85 dB(A).

Normen gehoorbescherming:
EN 352-1 Gehoorbescherming van het koptelefoontype
EN 352-2 Oorpropjes
EN 352-3 Oorkappen gemonteerd op industriële veiligheidshelmen
EN 352-4 Oorkappen met demping afhankelijk van het geluidsniveau
EN 358 Keuze, gebruik, voorzorgsmaatregelen en onderhoud

(Herbruikbare) oordoppen

  • bij continu verblijf in een lawaaisituatie (dagelijks gebruik van bescherming)
  • in een vuile of vochtige omgeving
  • bij hogere omgevingstemperaturen of luchtvochtigheid
  • indien andere gehoorbeschermingsmiddelen de werkzaamheden hinderen
  • wanneer gehoorbescherming gecombineerd wordt met andere persoonlijke beschermingsmiddelen


Oorkappen

  • bij kortstondig verblijf in een zeer lawaaierige situatie
  • bij incidenteel optredend lawaai
  • bij het niet kunnen verdragen van inwendige gehoorbescherming (smalle gehoorhang, huidirritatie e.d.)
  • bij lage frequenties of bij een zeer hoog geluidsniveau waarbij het dragen van gecombineerde middelen (inwendig + uitwendig) nodig is.